ECLI:NL:HR:2021:46
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting navorderingsaanslagen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en heffingsrente over de jaren 2007 en 2010. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof bevestigde de eerdere uitspraak.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij een middel werd voorgesteld tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in. De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld maar oordeelde dat dit niet tot vernietiging van het arrest kan leiden.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet, omdat het middel geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest werd gewezen door raadsheren Van Loon, Faase en Van Eijsden en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.