Uitspraak
wonende te [woonplaats], Italië,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
€ 7.015,-- bruto per maand.
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
26 maart 2021.
Hoge Raad
De man en vrouw zijn in 1998 getrouwd en in 2016 gescheiden. De vrouw vordert partneralimentatie van €7.015 bruto per maand en afwikkeling van vermogensrechtelijke gevolgen. De rechtbank wees de meeste verzoeken af, maar het hof stelde partneralimentatie vast op €7.015 bruto en een betaling van €96.033,28 voor vermogensafwikkeling.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de devolutieve werking van hoger beroep heeft miskend door niet ambtshalve alle verweren van de man over de behoefte van de vrouw te beoordelen. Ook was het hof onduidelijk over de financiële situatie van partijen tijdens het huwelijk en de motivering van de vastgestelde behoefte. Daarnaast was het onredelijk om van de man te verlangen dat hij zonder inzage in zijn administratie de verrekening van leningen zou onderbouwen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing. De overige klachten worden niet behandeld omdat deze niet relevant zijn voor de rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.