ECLI:NL:HR:2021:431
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het hoger beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2002 tot en met 2013 werd behandeld. De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden.
De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat het middel geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 26 maart 2021 in het openbaar gewezen door de raadsheren Fierstra (voorzitter), Wortel en Beukers-van Dooren. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft het oordeel van het hof in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.