ECLI:NL:HR:2021:404
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een belastinggeschil. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak. Omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was nadere motivering niet vereist.
De Hoge Raad heeft tevens overwogen dat er geen aanleiding bestaat om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2021. Hiermee is het cassatieberoep van belanghebbende verworpen en blijft de uitspraak van de Rechtbank Den Haag in stand.
Deze uitspraak betreft een procedure in cassatie op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij de Hoge Raad een beperkte toets toepast en alleen zaken behandelt die relevant zijn voor rechtsontwikkeling of rechtsuniformiteit.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.