ECLI:NL:HR:2021:403
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam werd behandeld. Het geschil betrof een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Dordrecht.
De Hoge Raad heeft de klacht van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klacht inhoudelijk te motiveren, omdat het niet ging om vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren op 19 maart 2021, waarbij het beroep in cassatie ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof bevestigd.