ECLI:NL:HR:2021:39

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 januari 2021
Publicatiedatum
7 januari 2021
Zaaknummer
20/00387
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep poging tot doodslag na vuurwapengebruik uitgaansnacht

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot doodslag op drie personen. Het incident vond plaats tijdens een uitgaansnacht waarbij verdachte een vuurwapen trok en meerdere malen de trekker overhaalde.

In cassatie heeft de Hoge Raad het beroep beoordeeld en daarbij vastgesteld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft geen schriftelijk advies uitgebracht, wat volgens artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie een reden is om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

De Hoge Raad heeft daarop het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof in stand gelaten. Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, en uitgesproken op 26 januari 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00387
Datum26 januari 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 januari 2020, nummer 21-001899-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Klunder, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur‑generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 januari 2021.