Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
26 januari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot doodslag op drie personen. Het incident vond plaats tijdens een uitgaansnacht waarbij verdachte een vuurwapen trok en meerdere malen de trekker overhaalde.
In cassatie heeft de Hoge Raad het beroep beoordeeld en daarbij vastgesteld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft geen schriftelijk advies uitgebracht, wat volgens artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie een reden is om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad heeft daarop het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof in stand gelaten. Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, en uitgesproken op 26 januari 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.