Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
Mbt afkoop/overname polissen
4.Beslissing
8 januari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen een gefailleerde assurantieadviseur en de curator over de overdracht van twee levensverzekeringen tijdens het faillissement. De curator had met toestemming van de gefailleerde de polissen overgedragen aan diens echtgenote, waarna afkoop plaatsvond. De gefailleerde vorderde terugbetaling van de waarde van de polissen en stelde dat deze buiten de faillissementsboedel moesten blijven.
De rechtbank wees de vordering deels toe, maar het hof wees deze geheel af. Het hof oordeelde dat het recht tot overdracht van een levensverzekering niet buiten de faillissementsboedel valt en dat de curator niet onrechtmatig had gehandeld door de gefailleerde niet nader te informeren over de beperkingen van zijn bevoegdheden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. De Hoge Raad benadrukt dat de curator een informatieplicht heeft jegens de gefailleerde, zeker wanneer de overdracht plaatsvindt met diens toestemming, en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de curator niet had moeten informeren over de rechten van de gefailleerde.
De Hoge Raad stelt dat de wettelijke regeling onderscheid maakt tussen afkoop en overdracht van levensverzekeringen, waarbij overdracht met toestemming van de verzekeringnemer is toegestaan zonder de beperking van onredelijke benadeling. De curator mag echter niet nalaten te onderzoeken of de gefailleerde zijn toestemming onder juiste informatie heeft gegeven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling met nadruk op de informatieplicht van de curator.