Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te [plaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
5 maart 2021.
Hoge Raad
In deze zaak vordert de Vereniging van Eigenaars (VvE) ontbinding van de aannemingsovereenkomst met [de aannemer] wegens ondeugdelijke uitvoering van werkzaamheden aan galerijvloeren, met schadevergoeding en herstelwerkzaamheden. De rechtbank verklaarde de vorderingen verjaard en wees deze af, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde [de aannemer] tot schadevergoeding.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de verweren van [de aannemer], waaronder het vervalbeding uit de algemene voorwaarden en het betwisten van tekortkoming, onbehandeld heeft gelaten. Tevens miskende het hof de devolutieve werking van het hoger beroep door niet te beoordelen of de vorderingen toewijsbaar waren op grond van de aangevoerde verweren.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor een volledige beoordeling, inclusief de door [de aannemer] aangevoerde verweren. De beslissing over de kosten in cassatie wordt gereserveerd tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.