ECLI:NL:HR:2021:300
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie beoordeeld dat was ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland. De indiener van het beroepschrift werd door de griffier verzocht om binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat hij bevoegd was om het beroep in cassatie in te dienen, of een verklaring van degene namens wie het beroep werd ingesteld dat deze daarmee instemde.
De griffier heeft dit verzoek bij aangetekende brief verzonden, welke volgens Track&Trace is afgeleverd op het opgegeven adres. Echter heeft de indiener niet voldaan aan dit verzoek door geen machtiging of verklaring te overleggen. Hierdoor concludeert de Hoge Raad dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie in te dienen.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 26 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bewijs van machtiging.