Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
16 februari 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 16 februari 2021 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag betreffende medeplegen van beschadiging van een bedrijfspand ten gevolge van hennepteelt.
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan het slachtoffer, met een vervangende hechtenis als sanctie bij niet-betaling. De Hoge Raad vernietigt dit deel van het arrest omdat de toepassing van vervangende hechtenis niet correct was.
In plaats daarvan bepaalt de Hoge Raad dat gijzeling van gelijke duur als sanctie kan worden toegepast op grond van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De overige klachten van de verdachte worden verworpen en het beroep wordt voor het overige afgewezen.
Deze uitspraak verduidelijkt de mogelijkheden voor het opleggen van dwangmiddelen bij niet-nakoming van schadevergoedingsmaatregelen en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.