ECLI:NL:HR:2021:246
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbenden hebben beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hof hun hoger beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en heffingsrente over de jaren 2001 tot en met 2003 verwierp.
De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbenden beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en worden de navorderingsaanslagen bevestigd.
Het arrest is gewezen door de raadsheer Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Wortel en Beukers-van Dooren, en op 19 februari 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.