Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
16 februari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij braak werd gepleegd om toegang te verkrijgen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had een gevangenisstraf van 80 dagen opgelegd.
In cassatie werden twee middelen ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel, gericht op de inhoud van het arrest, niet tot vernietiging kon leiden en geen nadere motivering behoefde. Het tweede middel betrof een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden.
De Hoge Raad achtte het tweede middel gegrond en besloot de strafduur te verminderen met 4 dagen tot 76 dagen gevangenisstraf. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd de strafrechtelijke veroordeling bevestigd, maar met een aangepaste strafmaat vanwege de procedurele termijnoverschrijding.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, waarbij tevens de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 80 naar 76 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.