ECLI:NL:HR:2021:234

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 maart 2021
Publicatiedatum
14 februari 2021
Zaaknummer
20/00067
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen poging doodslag door schieten in woonwijk

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag, gepleegd door als lid van een motorclub op klaarlichte dag in een woonwijk met een vuurwapen in de richting van twee personen te schieten.

In cassatie richtte de verdediging zich onder meer op het beroep op noodweer en de beoordeling van camerabeelden door het hof. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdediging niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet noodzakelijk was om de motivering van dit oordeel te geven, mede vanwege artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen poging doodslag blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00067
Datum9 maart 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 december 2019, nummer 20-002201-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 maart 2021.