AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele zaak over bewijsvermoeden en bewijswaardering
In deze civiele procedure hebben eisers cassatieberoep ingesteld tegen arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betrof onder meer de toepassing van artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie, met betrekking tot bewijsvermoeden en bewijswaardering in overeenkomstenrecht.
De Hoge Raad heeft de klachten van eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden arresten. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eisers veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De procedure werd gevoerd door advocaten van beide partijen en de conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep.
De uitspraak bevestigt de arresten van het hof en benadrukt het belang van het bewijsvermoeden en de bewijswaardering in civiele procedures, zonder nieuwe rechtsvragen te openen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/05705
Datum12 februari 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
2. [eiser 2], beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
1. [verweerster 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats],
3. [verweerster 3] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
4. [verweerder 3], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/02/310727 / HA ZA 16-62 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 september 2016;
de arresten in de zaak 200.209.603/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 december 2018 en 17 september 2019.
[eisers] hebben tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 12 februari 2021.