ECLI:NL:HR:2021:1986
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitale indiening
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener namens een belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. Het cassatieberoep was gericht tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 7 augustus 2020.
Volgens het Besluit van 6 maart 2019, dat digitale indiening verplicht stelt voor cassatieberoepen tegen uitspraken vanaf 15 april 2020, had het beroepschrift digitaal via het webportaal van de Hoge Raad ingediend moeten worden. De indiener heeft dit niet gedaan, ondanks een aangetekende brief van de griffier waarin werd verzocht het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen binnen zes weken.
De Hoge Raad heeft daarom op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten uitgesproken. Het arrest is uitgesproken op 24 december 2021 door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van de digitale indieningsplicht.