Uitspraak
vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven,
Hoge Raad
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, werd door belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad daarom gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en openbaar uitgesproken op 24 december 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.