ECLI:NL:HR:2021:1966

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
23 december 2021
Zaaknummer
20/04012
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest gerechtshof Den Haag in strafzaak

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin hij werd veroordeeld. Zijn advocaat diende een cassatiemiddel in, maar de advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven.

Het arrest van de Hoge Raad is gewezen op 14 december 2021 door de vice-president en twee raadsheren. Het beroep is formeel verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft. De procedure illustreert de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij de Hoge Raad niet hoeft te motiveren indien de klachten niet bijdragen aan rechtsontwikkeling.

Deze uitspraak bevestigt het belang van de cassatieprocedure als toetsingsmiddel en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het ingaan op klachten die niet relevant zijn voor het rechtssysteem als geheel.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04012
Datum14 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 december 2020, nummer 22-003696-18, in de strafzaak
tegen
[de verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Stipdonk, advocaat te Leiden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 december 2021.