ECLI:NL:HR:2021:1959

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2021
Publicatiedatum
23 december 2021
Zaaknummer
19/03745
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over douanerechten en tariefindeling van deurmatten vervaardigd van rubber en polyestervezels

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 24 december 2021 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure over de indeling van een deurmat in de douaneregelgeving. De belanghebbende, [X] B.V., had een bindende tariefinlichting aangevraagd bij de Inspecteur, die de deurmat indelde onder postonderverdeling 5705 00 30 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN), wat betreft 'Andere tapijten, ook indien geconfectioneerd'. De belanghebbende was het hier niet mee eens en stelde dat de deurmat onder postonderverdeling 4016 91 00 van de GN moest worden ingedeeld, die betrekking heeft op 'Andere artikelen van niet-geharde gevulkaniseerde rubber'. De zaak kwam uiteindelijk voor het Gerechtshof Amsterdam, dat de indeling van de Inspecteur bevestigde.

De Hoge Raad oordeelde dat de indeling van de deurmat correct was. Het Hof had vastgesteld dat de deurmat voor 98 procent uit rubber bestond, met een bovenzijde van polyestervezels. De Hoge Raad benadrukte dat voor de indeling in het douanetarief de objectieve kenmerken van de goederen bepalend zijn, en dat de indeling niet beperkt is tot gebruik binnenshuis. De Hoge Raad concludeerde dat de deurmat, ondanks dat deze voor gebruik buitenshuis was ontworpen, onder de definitie van vloerbedekking viel zoals beschreven in de GN. De uitspraak van het Hof werd bevestigd, en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.

De uitspraak heeft belangrijke implicaties voor de indeling van goederen in de douaneregelgeving, vooral in gevallen waar de samenstelling van het product en het beoogde gebruik een rol spelen. De Hoge Raad heeft hiermee duidelijk gemaakt dat de indeling van goederen niet alleen afhangt van de materialen waaruit ze zijn vervaardigd, maar ook van hun functionele kenmerken en gebruik.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/03745
Datum24 december 2021
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2019, nr. 18/00307 [1] , op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 16/1830) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven bindende tariefinlichting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.C. van de Leur, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 30 september 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [2]
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Uitgangspunten in cassatie

2.1.1
Belanghebbende heeft de Inspecteur verzocht om de afgifte van een bindende tariefinlichting voor een deurmat in een rechthoekige vorm (hierna: de deurmat). De deurmat bestaat voor 98 procent van het totale gewicht uit een laag rubber met daarop verhogingen van rubber die een sierpatroon vormen. De bovenzijde van deze verhogingen is voorzien van losse polyestervezels. Deze vezels zijn met hars verlijmd op het rubber en daarna bedrukt met een dessin. Het gewicht van de polyestervezels vormt ongeveer 1 procent van het totale gewicht van de deurmat. Door deze polyestervezels voelt de bovenzijde van de deurmat ruw aan.
2.1.2
De Inspecteur heeft op 7 december 2015 de gevraagde bindende tariefinlichting verstrekt. Hij heeft de deurmat ingedeeld in postonderverdeling 5705 00 30 van de Gecombineerde Nomenclatuur [3] (hierna: de GN). Deze postonderverdeling betreft “Andere tapijten, ook indien geconfectioneerd”, “van synthetische of kunstmatige kleurstoffen”.
2.1.3
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de bindende tariefinlichting. Zij meent dat de deurmat moet worden ingedeeld in postonderverdeling 4016 91 00 van de GN. Deze postonderverdeling betreft “Andere artikelen van niet-geharde gevulkaniseerde rubber”, “andere, vloerbedekking en matten”.
2.2
Het Hof heeft geoordeeld dat de deurmat met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN moet worden ingedeeld in postonderverdeling 5705 00 30 van de GN. Daartoe heeft het Hof overwogen dat volgens aantekening 1 op hoofdstuk 57 van de GN als tapijten wordt aangemerkt vloerbedekking waarvan de bovenzijde uit textielstof bestaat. Naar het oordeel van het Hof volgt uit de Engelse en de Franse taalversie van aantekening 1 van het Geharmoniseerde Systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: het GS) dat het voor toepassing van aantekening 1 op hoofdstuk 57 volstaat wanneer aan de bovenzijde van een vloermat textielmateriaal (“textile materials” respectievelijk “matière textile”) is aangebracht. Naar het oordeel van het Hof lijdt het geen twijfel dat voor de toepassing van het GS polyestervezels als textielmateriaal zijn te beschouwen. De deurmat kan, aldus het Hof, met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN worden ingedeeld onder een tariefpost die het volledige product omvat.

3.Rechtskader

3.1.1
Afdeling VII van de GN draagt het opschrift “Kunststof en werken van kunststof; rubber en werken daarvan”. Het tot afdeling VII van de GN behorende hoofdstuk 40 draagt het opschrift “Rubber en werken daarvan”.
3.1.2
Post 4016 van de GN luidt als volgt:
“Andere artikelen van niet-geharde gevulkaniseerd rubber”.
3.1.3
Aantekening 2 op hoofdstuk 40 van de GN bepaalt:
“Dit hoofdstuk omvat niet:
a) goederen bedoeld bij afdeling XI (textielstoffen en textielwaren);
(…)”
3.2.1
Afdeling XI van de GN draagt het opschrift “Textielstoffen en textielwaren”. Het tot Afdeling XI van de GN behorende hoofdstuk 57 draagt het opschrift “Tapijten”.
3.2.2
Post 5705 van de GN luidt als volgt:
“Andere tapijten, ook indien geconfectioneerd”.
3.2.3
Aantekening 1 op hoofdstuk 57 van de GN luidt als volgt:
“1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als “tapijten” aangemerkt vloerbedekking waarvan de bovenzijde uit textielstof bestaat. Artikelen die de kenmerken van tapijten vertonen doch voor andere doeleinden gebruikt, worden eveneens als tapijten aangemerkt.”
De authentieke Engelse taalversie van deze aantekening luidt als volgt:
“1. For the purposes of this chapter, the term ‘carpets and other textile floor coverings’ means floor coverings in which textile materials serve as the exposed surface of the article when in use and includes articles having the characteristics of textile floor coverings but intended for use for other purposes.”
De eveneens authentieke Franse taalversie van deze aantekening luidt als volgt:
“1. Dans ce chapitre, on entend par «tapis et autres revêtements de sol en matières textiles» tout revêtement de sol dont la face en matière textile se trouve sur le dessus lorsque celui-ci est posé. Sont couverts également les articles qui possèdent les caractéristiques des revêtements de sol en matières textiles, mais qui sont utilisés à d'autres fins.”
3.2.4
De toelichting van de Werelddouaneorganisatie (hierna: de WDO) op hoofdstuk 57 van het GS luidt in de authentieke Engelse taalversie – voor zover van belang – als volgt:
“This Chapter covers carpets and other textile floor coverings in which textile materials serve as the exposed surface of the article when in use. It includes articles having the characteristics of textile floor coverings (e.g., thickness, stiffness and strength) but intended for use for other purposes (for example, as wall hangings or table covers or for other furnishing purposes).”
Deze toelichting luidt in de eveneens authentieke Franse taalversie – voor zover van belang – als volgt:
“Le présent Chapitre couvre les tapis et autres revêtements de sol en matières textiles dont la face en matières textiles se trouve sur le dessus lorsque celui‑ci est posé. Il couvre également les articles qui possèdent les caractéristiques de revêtements de sol en matières textiles (par exemple, épaisseur, rigidité et résistance), mais qui sont utilisés à d'autres fins (destinés à être placés contre un mur, sur une table ou un autre meuble, par exemple).”
3.3
Algemene indelingsregel 1 van de GN luidt als volgt:
“De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en - voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen - de navolgende regels.”

4.Beoordeling van het middel

4.1
Het middel is gericht tegen het hiervoor in 2.2 weergegeven oordeel van het Hof. Het middel neemt tot uitgangspunt dat afdeling XI van de GN ziet op “Textielstoffen en textielwaren” en post 5705 van de GN op “andere tapijten, ook indien geconfectioneerd”. Daaronder kunnen volgens het middel deurmatten die voor 98 procent uit rubber bestaan, niet met toepassing van algemene indelingsregel 1 worden begrepen. Het middel voert in dit verband aan dat tussen partijen niet in geschil is dat de deurmat is ontworpen voor gebruik buitenshuis. Aantekening 1 op hoofdstuk 57 van de GN ziet volgens het middel niet op deurmatten voor gebruik buitenshuis omdat dergelijke deurmatten – volgens algemeen taalgebruik – niet zijn aan te merken als vloerbedekking. De deurmat kan dus niet met toepassing van algemene indelingsregel 1 in de GN worden ingedeeld, aldus het middel.
4.2
Het Hof heeft terecht vooropgesteld dat voor de indeling in het douanetarief bepalend zijn de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken, waarbij het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen zoals deze in die bewoordingen en aantekeningen zijn omschreven. Voor zover het middel betoogt dat de bewoordingen van het opschrift van afdeling XI van de GN bepalend zijn, faalt het. Volgens de hiervoor in 3.3 geciteerde algemene indelingsregel 1 van de GN wordt de tekst van de opschriften van de afdelingen geacht slechts als aanwijzing te gelden. Het begrip textielwaren in het opschrift van afdeling XI van de GN behelst dan ook een rekbaar begrip en zegt nog niets over de verhouding aan stoffen waaruit een textielwerk moet zijn samengesteld.
4.3
Het Hof heeft, in cassatie onbestreden, vastgesteld dat de bovenzijde van de deurmat uit textielmateriaal bestaat. Daarvan uitgaande heeft het Hof terecht geoordeeld dat de deurmat bij toepassing van aantekening 1 op hoofdstuk 57 van de GN voldoet aan de bewoordingen van post 5705 van de GN.
Daaraan kan niet afdoen dat de deurmat, zoals het middel aanvoert, is bestemd voor gebruik buitenshuis. Het begrip vloerbedekking in aantekening 1 op hoofdstuk 57 van de GN is niet beperkt tot vloerbedekking die is bestemd voor gebruik binnenshuis. Het is buiten redelijke twijfel dat het begrip vloerbedekking in hoofdstuk 57 van de GN een ruim begrip is in zoverre dat vloer of bodem (“floor” of “sol”) ziet op elk vlak gemaakt gedeelte van de grond, ongeacht of dat gedeelte van de grond zich binnenshuis of buitenshuis bevindt. Steun voor deze uitleg wordt ontleend aan de hiervoor in 3.2.4 geciteerde Engelse en Franse taalversie van de toelichting van de WDO op hoofdstuk 57 van het GS. Hoofdstuk 57 van de GN omvat dus ook vloerbedekking die is bestemd voor gebruik buitenshuis. Dat hoofdstuk is ook toepasselijk als het beoogde gebruik is beperkt tot het vegen van de schoenen voorafgaand aan het binnentreden van een pand. Aan de toepasselijkheid van dit hoofdstuk doet verder niet af dat bij deurmatten als de onderhavige het gewicht van de drager van het textielmateriaal het gewicht van het textielmateriaal verre overtreft. Het middel faalt daarom ook voor het overige.

5.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

6.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, M.W.C. Feteris, M.A. Fierstra, en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2021.

Voetnoten

3.Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014 van de Commissie van 16 oktober 2014 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, Pb 2014, L 312.