Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
21 december 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor gewoontewitwassen door gedurende geruime tijd meermalen gestolen auto’s te leveren aan medeverdachten die deze demonteerden voor verkoop van onderdelen. Tevens werd hem medeplegen van het aanwezig hebben van hennep en hashish ten laste gelegd.
De verdachte stelde in cassatie meerdere klachten in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze klachten betroffen onder meer het beginsaldo van de kasopstelling bij witwassen en de aanwezigheid van legale contante inkomsten, alsmede de bewijsklachten met betrekking tot medeplegen van het aanwezig hebben van hennep en hashish.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan, gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, en op 21 december 2021 uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor de veroordeling voor gewoontewitwassen en medeplegen van hennep en hashish in stand blijft.