ECLI:NL:HR:2021:1900
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake loonheffing
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant die het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank inzake ingehouden loonheffing over de periode van 8 oktober 2018 tot en met 31 december 2018 betrof.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door raadsheer Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.