ECLI:NL:HR:2021:1887

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2021
Publicatiedatum
15 december 2021
Zaaknummer
20/02948
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.C OpiumwetArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens bewijsklacht op amfetaminebezit

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine, in strijd met artikel 2.C van de Opiumwet. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij een bewijsklacht werd aangevoerd.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Hierop heeft de Hoge Raad het beroep van de verdachte verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan tijdens een openbare terechtzitting op 21 december 2021, waarbij vijf raadsheren en de vice-president als voorzitter aanwezig waren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02948
Datum21 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 september 2020, nummer 22-005827-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien, M.J. Borgers, M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 december 2021.