ECLI:NL:HR:2021:1863

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
9 december 2021
Zaaknummer
19/05585
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen oordeel over toepassing Marpol-verdrag op produced water

In deze strafzaak stond de vraag centraal of het ten laste gelegde 'produced water' dat vanuit Angola naar Nederland werd overgebracht, valt onder het Marpol-verdrag en daardoor is uitgezonderd van de werking van de EVOA (Europese Verordening betreffende de uitvoer van afvalstoffen). Het hof had geoordeeld dat produced water een stof is die onder het Marpol-verdrag valt en daarom niet onder de EVOA valt.

Het Openbaar Ministerie stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad heeft de klacht van het OM beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, mede gelet op een samenhangende zaak die op dezelfde dag werd behandeld.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof bevestigd. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat produced water onder het Marpol-verdrag valt en is uitgezonderd van de EVOA ongewijzigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel dat produced water onder het Marpol-verdrag valt en is uitgezonderd van de EVOA.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05585 E
Datum14 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, economische kamer, van 27 november 2019, nummer 22-005092-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadslieden van de verdachte, R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het - mede gelet op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 19/05584, ECLI:NL:HR:2021:1862 - namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 december 2021.