Uitspraak
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 december 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarin een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel werd verleend. De crisismaatregel was op 19 juni 2021 door de burgemeester van Vught genomen, maar abusievelijk op naam van de tweelingzus van betrokkene gesteld, net als de medische verklaring waarop de maatregel was gebaseerd.
De fout werd opgemerkt door het Bureau Geneesheer-directeur, dat de foutieve gegevens corrigeerde in het digitale dossier, maar de pdf-documenten niet kon aanpassen. De officier van justitie verzocht vervolgens om machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van betrokkene. Tijdens de mondelinge behandeling bevestigde betrokkene dat de maatregel voor haar gold en niet voor haar tweelingzus.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de foutieve naam in de documenten de machtiging terecht was verleend, omdat de maatregel in werkelijkheid op betrokkene betrekking had en dit ook duidelijk was. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwerpt het cassatieberoep, waarbij wordt benadrukt dat de rechtbank terecht heeft geverifieerd dat de maatregel daadwerkelijk op betrokkene betrekking had en dat de fout in de documenten niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ondanks de persoonsverwisseling in de documenten.