ECLI:NL:HR:2021:1822
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een belastingzaak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 5 augustus 2021 per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres.
Ondanks deze kennisgeving is het griffierecht niet voldaan. Vervolgens heeft de griffier op 6 september 2021 belanghebbende opnieuw per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief is afgeleverd, maar belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 3 december 2021 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.