ECLI:NL:HR:2021:1820
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
De Hoge Raad heeft op 3 december 2021 het beroep in cassatie van V. Quacken tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 mei 2021 behandeld. Het beroep was digitaal ingediend namens een partij te [Z].
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet betaald.
Vervolgens is de indiener op 26 augustus 2021 via het digitale dossier en e-mail in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.