Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
14 december 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor witwassen van een groot geldbedrag. In cassatie stelde de verdachte meerdere klachten aan het hofarrest, waaronder de vraag of het geld afkomstig was uit enig misdrijf en het verzoek tot het horen van getuigen over het vermogen van zijn moeder.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden, behalve dat de redelijke termijn was overschreden doordat de stukken te laat aan de Hoge Raad waren toegezonden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.
De straf werd verminderd van 14 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, naar 13 maanden en 3 weken, eveneens met 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 14 december 2021.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd naar 13 maanden en 3 weken, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.