Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 december 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift van een ondernemer tegen het beslag op 23 auto’s, gelegd op grond van verdenking van witwassen. De ondernemer betoogde dat het voortduren van het beslag disproportioneel is omdat hij zijn bedrijf daardoor niet kan voortzetten en faillissement dreigt.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat de ondernemer onvoldoende concreet had onderbouwd dat het beslag tot faillissement zou leiden en dat het belang van de strafvordering zwaarder weegt. De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en herhaalt de maatstaf uit eerdere jurisprudentie dat de rechter bij beslag op grond van art. 94 Sv Pro moet toetsen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, met aandacht voor proportionaliteit en subsidiariteit.
De Hoge Raad acht het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk of onjuist, mede gelet op de verdenking dat het bedrijf met crimineel vermogen is gestart en de auto’s deels met crimineel geld zijn gefinancierd. Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag mag blijven bestaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de 23 auto’s blijft gehandhaafd.