ECLI:NL:HR:2021:175
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak schadevergoeding motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende werd geconfronteerd met kosten van vervolging wegens een onbetaalde motorrijtuigenbelastingaanslag. De Inspecteur kende het bezwaar tegen aanmaningskosten toe, maar wees het verzoek om proceskosten af. Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank en verzocht tevens om schadevergoeding, maar beide werden afgewezen.
Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn met toepassing van artikel 8:54 Awb Pro. Belanghebbende deed geen verzet tegen deze uitspraak en stelde ook geen cassatieberoep in tegen het hofarrest. Desondanks verzocht hij de Hoge Raad om alsnog op zijn schadevergoedingsverzoek te beslissen.
De Hoge Raad oordeelde dat geen wettelijke grondslag bestaat in de Awb of AWR om zelf over het verzoek tot schadevergoeding te beslissen. Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen en sprak het arrest uit op 5 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan wettelijke bevoegdheid om zelf te beslissen over het verzoek tot schadevergoeding.