ECLI:NL:HR:2021:1685

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 november 2021
Publicatiedatum
12 november 2021
Zaaknummer
20/03840
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg. Voor het indienen van het beroep moest griffierecht worden betaald. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht, waarop de griffier meerdere malen heeft geprobeerd contact te leggen en formulieren toe te zenden om dit te onderbouwen.

De aangetekende brieven werden telkens onbestelbaar teruggezonden en vervolgens per gewone post verzonden. Belanghebbende heeft echter niet binnen de gestelde termijnen gereageerd of het griffierecht voldaan.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 12 november 2021.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/03840
Datum12 november 2021
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Limburg van 9 oktober 2020, nr. ROE 20/692 V.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende heeft ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.
De griffier van de Hoge Raad (hierna: de griffier) heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 30 juni 2021, verzocht om binnen een termijn van vier weken het bij die brief gevoegde formulier in te vullen en in te dienen. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna de brief met bijlage bij gewone post is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het formulier is niet binnen de in de brief van 30 juni 2021 gestelde termijn ingediend waarna de griffier de heffing van griffierecht heeft voortgezet.
De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 3 augustus 2021 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is onbestelbaar teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna het stuk bij gewone post is verzonden aan het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 1 september 2021 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is onbestelbaar teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna het stuk per gewone post is verzonden aan het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet–ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2021.