ECLI:NL:HR:2021:1544

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 oktober 2021
Publicatiedatum
15 oktober 2021
Zaaknummer
21/00302
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over vergoeding kosten rechtsbijstand in belastingzaak

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch die een eerdere uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigde. De zaak betrof de vergoeding van kosten van rechtsbijstand toegekend op grond van artikel 7:15, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld en deze verworpen op dezelfde gronden als in een gelijktijdig arrest met nummer 21/00301 tussen dezelfde partijen. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.

Het arrest werd uitgesproken door de Hoge Raad op 15 oktober 2021 en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van lagere rechterlijke instanties over de vergoeding van kosten van rechtsbijstand in deze belastingrechtelijke kwestie.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt het oordeel van het gerechtshof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/00302
Datum15 oktober 2021
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
1. de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 december 2020, nr. 18/00533, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 17/4580) betreffende een aan belanghebbende op de voet van artikel 7:15, lid 2, Awb toegekende vergoeding van kosten van rechtsbijstand.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 21/00301 tussen dezelfde partijen.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, M.W.C. Feteris, M.A. Fierstra en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2021.