Uitspraak
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch die een eerdere uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigde. De zaak betrof de vergoeding van kosten van rechtsbijstand toegekend op grond van artikel 7:15, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld en deze verworpen op dezelfde gronden als in een gelijktijdig arrest met nummer 21/00301 tussen dezelfde partijen. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest werd uitgesproken door de Hoge Raad op 15 oktober 2021 en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van lagere rechterlijke instanties over de vergoeding van kosten van rechtsbijstand in deze belastingrechtelijke kwestie.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt het oordeel van het gerechtshof.