ECLI:NL:HR:2021:1455
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over vennootschapsbelasting aanslagen 2012 en 2013
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 2012 en 2013. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 22 oktober 2019 uitspraak deed. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet leidt tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2021. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft het hofarrest in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.