ECLI:NL:HR:2021:1437
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in belastingzaak belanghebbende
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een belastinggeschil. Het cassatieberoep richtte zich op meerdere middelen die door belanghebbende waren voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en belanghebbende een conclusie van repliek.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden. Het oordeel werd gegeven zonder nadere motivering, omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 1 oktober 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt bekrachtigd.