Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:1345

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2021
Publicatiedatum
23 september 2021
Zaaknummer
20/01375
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:34 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake nietigheid testament en onterving

In deze zaak hebben eisers cassatieberoep ingesteld tegen meerdere arresten van het gerechtshof Amsterdam betreffende de nietigheid van een testament en de onterving van erfgenamen. De procedure betreft een vermogensrechtelijk geschil over de geldigheid van een testament en de vraag of onterving terecht is toegepast.

De Hoge Raad verwijst voor het gedingverloop naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en beoordeelt de klachten van de eisers over de arresten van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de arresten en ziet geen aanleiding om de zaak te motiveren, omdat dit niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de arresten van het hof worden bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01375
Datum24 september 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
1. [verweerster 1],
wonende te Zwitserland,
2. Johannes Cornelis Jacobus SMALLENBROEK, in zijn hoedanigheid van executeur/afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap van [erflaatster],
kantoorhoudende te Leiderdorp,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerster 1] en de executeur,
advocaat: M.E. Bruning.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/335042 / HA ZA 13-33 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 maart 2013, 26 juni 2013 en 18 juni 2014;
de arresten in de zaak 200.166.688/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 mei 2017, 31 oktober 2017, 12 juni 2018 en 14 januari 2020.
[eisers] hebben tegen de arresten van het hof van 9 mei 2017, 12 juni 2018 en 14 januari 2020 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster 1] en de executeur hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster 1] en de executeur toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
24 september 2021.