ECLI:NL:HR:2021:1340

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2021
Publicatiedatum
23 september 2021
Zaaknummer
21/01351
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 287a Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering bevel tot instemming met aangeboden schuldregeling in schuldsanering

In deze zaak stond de vraag centraal of een schuldeiser met een aangeboden schuldregeling beter af zou zijn dan bij toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De verzoekster stelde cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat het bevel tot instemming met de aangeboden schuldregeling had geweigerd.

De Hoge Raad verwees voor het procesverloop naar eerdere uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Na beoordeling van de klachten over het arrest van het hof oordeelde de Hoge Raad dat deze klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad besloot het cassatieberoep te verwerpen zonder nadere motivering, aangezien beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof dat het bevel tot instemming met de aangeboden schuldregeling weigert.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/01351
Datum24 september 2021
ARREST
In de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
niet verschenen.
1.
Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/17/174478/ FT RK 20/488 en C/17/174479/FT RK 20/489 van de rechtbank Noord-Nederland van 4 februari 2021;
het arrest in de zaak 200.290.081/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 maart 2021.
[verzoekster] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
24 september 2021.