ECLI:NL:HR:2021:1319
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over aanslag inkomstenbelasting 2014
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2014. Het hof had het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland behandeld en een beslissing genomen.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het middel geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.