ECLI:NL:HR:2021:1294
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 16 maart 2020 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere middelen werden voorgesteld. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in en belanghebbende een conclusie van repliek. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveerde zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat de beoordeling niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 17 september 2021 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.