ECLI:NL:HR:2021:1224

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 september 2021
Publicatiedatum
6 september 2021
Zaaknummer
18/05490
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 1 WWMArt. 80a RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onvoldoende belang verdachte in vuurwapenzaak

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen. Tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam werd cassatieberoep ingesteld. De advocaat van de verdachte diende twee cassatiemiddelen in, waarvan het eerste later werd ingetrokken. De advocaat-generaal adviseerde niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. De enige overgebleven klacht betrof de redelijke termijn in de cassatiefase, wat onvoldoende belang opleverde voor ontvankelijkheid. Daarom maakte de Hoge Raad gebruik van artikel 80a RO om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Het arrest werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 7 september 2021 door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad. Hiermee werd het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/05490
Datum7 september 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 december 2018, nummer 23/003471-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur twee cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het eerste cassatiemiddel is later ingetrokken.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep met toepassing van art. 80a RO.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 september 2021.