ECLI:NL:HR:2021:1192
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak Gerechtshof inzake navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2009
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2009, inclusief een boetebeschikking en een beschikking inzake heffingsrente. Tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof heeft op 9 juli 2019 uitspraak gedaan, waarbij het de aanslag en de daarbij behorende beschikkingen heeft bevestigd.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de aangevoerde middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de zaak niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.