Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
26 januari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel door een vrouw vanuit Duitsland naar Nederland en België te brengen met het oogmerk haar seksuele handelingen tegen betaling te laten verrichten.
De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van bewijsuitsluiting wegens het niet geven van de cautie, en stelde vragen over de kwalificatie van uitbuiting. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand. Dit arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens op 26 januari 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van mensenhandel.