ECLI:NL:HR:2021:1129

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
9 juli 2021
Zaaknummer
20/03057
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 36g.1.c SvArt. 36g.3 SvArt. 2.7.2 APV Amsterdam 2008
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste verstekverlening in drugshandelzaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verstek werd verleend tegen verdachte die niet was verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep. De verdachte werd verdacht van het zich ophouden op de openbare weg met het oogmerk drugs te koop aan te bieden, in strijd met de APV Amsterdam 2008.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft vastgesteld of de oproeping voor de nadere terechtzitting op correcte wijze aan verdachte is betekend. Hoewel de oproeping was uitgereikt aan een medewerker van het Openbaar Ministerie omdat geen woon- of verblijfplaats van verdachte bekend was, is geen afschrift van de oproeping verzonden naar het adres vermeld in de schriftelijke bijzondere volmacht van de advocaat, dat als adresopgave in de zin van art. 36g.1.c Sv kon worden aangemerkt.

Het hof heeft nagelaten te onderzoeken of verdachte op de hoogte was van de zitting of geen prijs stelde op berechting in zijn tegenwoordigheid. Dit leidt ertoe dat de beslissing tot verstekverlening niet begrijpelijk is. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting en afdoening.

Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03057
Datum13 juli 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 september 2020, nummer 23-003126-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof op de terechtzitting in hoger beroep van 16 september 2020 tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen hiervoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.1-3.6.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 juli 2021.