ECLI:NL:HR:2021:1104
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over redelijke termijn en proceskosten in bestuursrechtelijke belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland werd behandeld. De zaak betrof een verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en een veroordeling in de proceskosten.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om het bestuur te veroordelen in de proceskosten. Het cassatieberoep is derhalve ongegrond verklaard, waarmee het hofarrest in stand blijft.
De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van de Hoge Raad op 9 juli 2021, in aanwezigheid van de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.