ECLI:NL:HR:2021:1103
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2010 en aanslagen over 2011, waaronder de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, behandelde.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld aan de hand van de gronden die in een aan dit arrest gehecht geanonimiseerd arrest (nummer 20/01460) zijn vermeld. De middelen van belanghebbende faalden op deze gronden. De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest werd in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2021 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is door de Hoge Raad ongegrond verklaard.