Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 juli 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot nachtelijke woninginbraak, zoals omschreven in artikel 311 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld en daarbij het verzoek tot rekening houden met persoonlijke omstandigheden van de verdachte in het kader van de straftoemeting niet gemotiveerd behandeld.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was om gemotiveerd te beslissen op het straftoemetingsverweer, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Dit oordeel was voldoende om het cassatieberoep te verwerpen zonder nadere motivering.
De Hoge Raad bevestigde hiermee de uitspraak van het hof Amsterdam en verwierp het beroep in cassatie. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, waarbij het beroep van de verdachte geen succes had.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot nachtelijke woninginbraak blijft in stand.