ECLI:NL:HR:2021:1069

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juli 2021
Publicatiedatum
2 juli 2021
Zaaknummer
21/02564
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag tot herziening wegens opzettelijk gebruik van vals geschrift door rechtspersoon

De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een vonnis van de rechtbank Rotterdam uit 2016, waarbij een rechtspersoon was veroordeeld voor het opzettelijk gebruik van een vals geschrift. De aanvraagster, vertegenwoordigd door haar advocaat, verzocht om herziening van deze veroordeling.

Na beoordeling van de aanvraag oordeelde de Hoge Raad dat de aanvraag kennelijk ongegrond was. De motivering van deze beslissing werd verwezen naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2021:1046), waarin de Hoge Raad de gronden voor afwijzing nader toelichtte.

Uiteindelijk wees de Hoge Raad de aanvraag tot herziening af, waarmee het oorspronkelijke vonnis in stand bleef. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer, onder leiding van voorzitter J. de Hullu.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling van de rechtspersoon voor het opzettelijk gebruik van een vals geschrift.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02564 H
Datum6 juli 2021
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Rotterdam van 24 november 2016, nummer 10-996568-16, ingediend door J.W.D. Roozemond, advocaat te Utrecht,
namens
[aanvraagster] ,
gevestigd te [gevestigd] ,
hierna: de aanvraagster.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De rechtbank heeft de aanvraagster veroordeeld voor “het door een rechtspersoon begaan van het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd” tot een geldboete van € 25.000.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.Beoordeling van de aanvraag

De aanvraag is kennelijk ongegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 21/00867, ECLI:NL:HR:2021:1046.

4.Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 juli 2021.