Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede, derde en vierde cassatiemiddel
4.Beslissing
29 juni 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter wegens medeplegen diefstal met valse sleutels tot een gevangenisstraf van één maand. Namens verdachte werd hoger beroep ingesteld door een advocaat met een volmacht, maar zonder dat grieven werden geformuleerd of mondeling bezwaar werd gemaakt tegen het vonnis. De verdachte was niet verschenen bij de behandeling van het hoger beroep, en de dagvaarding was aan de griffier betekend omdat geen woon- of verblijfplaats bekend was.
Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep op grond van artikel 416 lid 2 Sv Pro, omdat geen grieven waren ingediend en geen mondeling bezwaar was gemaakt. De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht is uitgegaan van de juistheid van de volmacht, dat het hoger beroep rechtsgeldig is ingesteld, en dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht is gegeven.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het aanwezigheidsrecht van de verdachte niet is geschonden, omdat de verdachte zich niet bereikbaar hield voor haar raadsman en geen verzoek tot aanhouding is gedaan. Het beroep in cassatie wordt derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wordt bevestigd.