ECLI:NL:HR:2011:BQ7790
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken grieven
De verdachte was in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep schriftelijk grieven had ingediend en ook ter zitting geen bezwaren had opgegeven. Het hof zag daarom geen reden tot inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
De verdachte stelde in cassatie dat deze niet-ontvankelijkverklaring in strijd was met artikel 14, vijfde lid, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, dat het recht op herziening van een veroordeling waarborgt. De Hoge Raad oordeelde echter dat dit verdrag zich niet verzet tegen een niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep wegens het ontbreken van tijdige en inhoudelijke grieven tegen het vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.