Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
2 juni 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 december 2018, waarin hij werd veroordeeld voor straatroof en diefstal met geweld op de openbare weg.
De verdediging stelde onder meer dat het hof in strijd met artikel 6 EVRM Pro had gehandeld door verklaringen van de aangever als bewijs te gebruiken zonder dat de verdediging hem had kunnen ondervragen. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 2 juni 2020.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.