ECLI:NL:HR:2020:953
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Stichting [x] te [Z] heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland betreffende verzet tegen een eerdere uitspraak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 20 december 2019 per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Hoewel de brief is ontvangen, heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan.
Op 28 januari 2020 ontving belanghebbende een tweede aangetekende brief waarin zij werd verzocht binnen vier weken te reageren op het niet betalen van het griffierecht. Deze brief werd eveneens ontvangen, maar belanghebbende heeft niet tijdig gereageerd. Een brief die op 26 februari 2020 binnenkwam werd als te laat beschouwd en buiten beschouwing gelaten.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken op 29 mei 2020 door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.