ECLI:NL:HR:2020:946

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2020
Publicatiedatum
27 mei 2020
Zaaknummer
19/05359
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in vennootschapsbelastingzaak

Belanghebbende, een B.V., stelde zich in cassatie op tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een aanslag vennootschapsbelasting en een boetebeschikking voor het jaar 2015.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en de klachten van belanghebbende onderzocht. Na advies van de procureur-generaal concludeerde de Hoge Raad dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/05359
Datum29 mei 2020
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2019, nr. 18/00227, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van het Hof betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2020.