ECLI:NL:HR:2020:924
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Den Haag inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een door haar betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Na behandeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de aangevoerde middelen niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de zaak geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is er geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2020, waarmee het beroep in cassatie ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.